I home
      I reisverhalen
      I congo
      I matonge
      I memisa
      I helpende handen
      I flandrien
      I literatuur
      I links
      I contact

Matongé, een stukje Afrika in Brussel

De bedrijvigheid gonst door de lucht in de buurt van de Naamse poort. Altijd eigenlijk, achter de poort ontspint zich de wijk waar Afrikanen in Brussel graag de tijd passeren. Matongé, aan de porte Namur of port l”amour zoals ze het zelf herdoopten. Zwart Afrika kleurt de straten, fruitstalletjes tonen hun exotische waar. De maniok, grote bakbananen, aardnoten en andere pepers lachen je uitnodigend toe. In de Gallerie d’Ixelles zoeken luide Afrikaanse ritmes een weg naar je oorschelpen. Vanuit plastic tuinstoelen wordt luid sticulerend de glazen-75cl-Juplilerfles soldaat gemaakt. De kapsalons draaien in overdive, altijd volk, altijd gezellige babbels. Kleurrijke stoffenwinkels, couleur locale restaurantjes en cafés maken het plaatje compleet. Natuurlijk komt zo’n Afrikaanse wijk niet uit de lucht gevallen…

Honderd jaar geleden was de buurt rond de Naamse poort het politieke centrum van Congo. Het Noorse paviljoen, ministerie van Koloniën, de Banque Belge d’Afrique, Hotel Barbanson, waar verschillende koloniale administraties hun bureau hadden,…. Daarmee hebben we natuurlijk wel de instellingen, maar nog geen Afrikanen in onze wijk. Dat begint pas na de expo in ’58. Daarvoor hield men de Congolezen liever weg uit België. Ze zouden hier maar eens ‘gekke’(liberalisme, socialisme, democratie) ideeën kunnen opdoen.

Tijdens de expo kwam er een koor uit Congo naar hier om te zingen op de wereldtentoonstelling. Een zekere Monique van der Straten, gezegend met enig blauw bloed, voorzag in hun opvang. Zo'n tentoonstelling is natuurlijk maar een tijdelijke bedoening maar bij het afscheid zij ons Monique: ‘Wie volgend jaar wil komen studeren in België, wees welgekomen’. En ja hoor, een jaartje later stonden ze met acht aan haar deur, 360 dagen later kwamen er daar nog eens twintig bij. Dat werd wat veel voor mevrouw van der Straten, ze besloot een pand te kopen in Sint-Joost. Maar ook dat werd vlug te klein. Uiteindelijk zou ze met haar ‘kroost’ in Elsene belanden. Vandaag vind je La Maison Africaine terug in de Elzas Lotharingenstraat. Er verblijven nog steeds 72 studenten.

Van dan af gaat het snel natuurlijk. Steeds meer winkeltjes en uitgaansmogelijkheden, die inspelen op de aanwezigheid van een duizendtal Afrikaanse studenten, laten de wijk opbloeien. De naam Matongé dateert uit de jaren zeventig en betekent struikje, klein bosje in een dialect uit Kinshasa. Ook in de Congolese hoofdstad vind je een levendige Matongéwijk. Het vroegere qartier Renkin, naar de eerste minister van koloniën. Tijdens de Zaïrisering onder Mobutu wordt de wijk herdoopt.

Vandaag staat het Afrikaans karakter van de buurt onder druk. Zoveel Afrikanen wonen er eigenlijk niet, het is vooral een ontmoetingsbuurt. Bovendien rukt het naburige Europees parlement, samen met haar vele instellingen onbarmhartig op. Steeds meer Indiërs en Paki’s nemen de handel over. Matongé, port de l’amour, qartier Africain, hoe lang nog?

Nog niet eens een half jaar geleden werd je bij het binnenslenteren van Matongé, kruispunt van Waverse en Elsense Steenweg, verwelkomd door een monumentale schildering. Het fresco toont de bewoners van de wijk, samengetroept op hetzelfde kruispunt. Ze geven commentaar over de interculturaliteit van Brussel, hun angsten en verlangens in hun nieuwe thuisland België. Het werk is van de bekende Congolese kunstenaar Chéri Samba. Hij was één van de meest regimekritische artiesten van Zaïre onder Mobutu. Vandaag moet het prachtwerk wijken voor de plannen van één of andere internationale kledingketen. Er is nog geen nieuwe plek voor de schildering gevonden…


Fresco in de Brusselse Matongéwijk