|
I
home
I
reisverhalen
I
congo
I
matonge
I
memisa
I
helpende handen
I
flandrien
I
literatuur
I
links
I
contact |
De wind waait over de Maghreb... en niet in
de rug
De tocht over
Marokkaanse bodem verloopt moeizamer dan verwacht. De weergoden kiezen niet
de kant van fietsers richting zuiden. Vooral de wind heeft enkele
prachtexemplaren van haar eieren in ons mandje laten vallen. Maar soit, we
kunnen er niet langs, we kunnen er niet onder en we kunnen er niet over, dus
moeten we er door! Traptraptrap…
Je zou ook denken dat pedaleren met twee sneller gaat. Mis poes. We blijven
te lang plakken op de terrasjes en als je ziet dat de ander het ook moeilijk
heeft ben je sneller geneigd er samen de brui aan te geven. Ik ben blijkbaar
harder voor mezelf als ik in mijn ukkie op pad ben. De 100km/dag
doelstelling wordt nog maar zelden bereikt en dat is best wel frustrerend.
Maar met twee op pad ben je zowiezo de gevangene van het compromis…
Toch ook goed nieuws, met temperaturen die kruipen naar de dertig, terwijl
België rond het vriespunt zweeft… Dat zorgt wel voor enig leedvermaak. Maar
we hebben er lang genoeg voor moeten trappen. De Marokkanen zelf blijven
enthousiast bij het zien van een zwaar bepakte fietser. Bienvenue, duimpjes
gaan naar omhoog, vele handen wuiven vanop karren, voortgetrokken door
ezels. Door het aanhoudend terugzwaaien begin ik zelfs een soort
Sinterklaasgevoel te ontwikkelen.
De legendarische gastvrijheid van dit volk doet haar
reputatie alle eer aan. We vinden een onderkomen en een maaltijd bij de
meest uiteenlopende mensen. Van kamelenhandelaar tot gsm-mastbewaker.
Hartverwarmend.
Guelmin is de poort van de Sahara. En dat is eraan te merken. De weg er naar
toe is een ongelijke strijd tussen droogte, zand, rotsen en enkele doornige
plantjes. Die tevergeefs nog wat groen in het landschap proberen te kleuren.
Die dag is de koning er op bezoek en dat wil wat zeggen natuurlijk.
Kilometerslang vind je aan weerkanten van de weg agenten en militairen. Op
een kleine 6k
m
van de stad wordt ik door een patrouille tot staan gebracht. De koning maakt
zo dadelijk gebruik van deze weg en dan kan je het als toevallige passant
wel schudden. Een veertigtal minuten sta ik met mijn vingers te draaien, tot
in de verte een colonne blinkend , koninklijk chroom passeert. Ik mag
beschikken. Blijkbaar is het de gewoonte om zijne majesteit met de nodige
folklore te bejegenen. De toegangsweg naar Guelmin is dan ook aan
weerskanten bezaaid met muzikanten, acrobaten, zangkoren, kamelenruiters,…
Als ik binnenrijd beginnen enkele tieners me toe te juichen, lachend speel
ik het spelletje mee en begin van links naar rechts te wuiven en handjes te
schudden. Het gejoel houdt aan en zelfs de muzikanten beginnen terug te
spelen. Echt een Koninklijke intocht voor deze eenvoudige sterveling!
terug
|