|
I
home
I
reisverhalen
I
congo
I
matonge
I
memisa
I
helpende handen
I
flandrien
I
literatuur
I
links
I
contact |
De vijand heeft een naam:
Harmattan
Ik ga jullie niet blijven lastig vallen met verhalen over winden allerlei.
Dit is de laatste keer, beloofd. Vooreerst zijn er de euh laten we zeggen
luchtverplaatsingen eigen aan onze soort, in de volksmond ook wel eens
‘scheten’genoemd. Eigen aan de mens dus en nog net iets meer aan de fietser.
De wielerrenners onder jullie zullen er zeker van kunnen meespreken. Door de
dagdaaglijkse aanhoudende druk op de darmen wordt er wat afgprrrrrt onder
tweewielberijders. We zijn nu met zijn vieren op pad, twee Fransen
versterken de rangen. Voor de winderigheid
's
avonds alvast een goede zaak, het methaangehalte in de slaapzakken piekt. En
toegegeven, enige volkse humor is ons niet vreemd, lachtsalvo’s weerklinken
bij het lossen van een mooi rollend en knallend exemplaar.
Met het bereiken van Mauritanië dringen we eindelijk door tot zwart Afrika.
Al blijft het een beetje overgangsgebied. Het zijn vooral de uitgeweken
Senegalezen die voor het nodige pigment zorgen. En dan heb ik het niet over
huidskleur. Achter een tikkeltje ranzige maar kleurrijke gordijnen
weerklinken de Mbalaxritmes. En je kan er lekker eten aan
-
naar onze normen
-
spotprijzen. Het contrast met Marokko is groot. Autowrakken roesten hun
tijd, kriskras door het straatbeeld. Het zand hoopt zich op tegen deuren en
wielen. Armoede is minder verdoken en bidonvilles horen er gewoon bij. De
weg loopt over een kleine 500
kilometer van Nouadhibou naar de volgende stad, Nouakchott. Toch zal
bevoorrading niet het grootste probleem worden…
Geef ons bergkammen, watervallen, diepe kloven, wankele bruggen, drukke
wegen, voorbijrazende vrachtwagens, woestijnen, moessonregens, kinderen die
stenen werpen, debiele belspelletjes op tv, kilometers eenzaamheid,
brandende hoepels, tonnen bagage, platte banden, Willy Sommers, …. Geen
probleem, we fietsen er met de glimlach door of langs. Maar een wekenlang
aanhoudende strakke tegenwind, daarvan krijgt zelfs de grootste Flandrien
het stilaan op de heupen. Enig opzoekwerk leert dat al die winderigheid, net
als bij wielrenners, geen toeval is. De vijand heeft een naam: Harmattan. Ik
lees in de gids: ‘Komt van Hausa dat Noorderwind betekent. Deze droge,
stofbeladen wind ontstaat in de vlakte van de Sahara en blaast door
West-Afrika tijdens het droge seizoen. Van december tot maart. Deze stofwind
kan ademhalings-problemen
veroorzaken, verspreid ziektes en beperkt de zichtbaarheid soms tot enkele
tientallen meters. Er hangt steeds, ook als het niet waait, een soort
stoffige, gele waas, in de lucht.’ Klopt allemaal, alleen zou onze vriend
uit het Noorden moeten komen aanwaaien. Dat is nou net NIET het geval. Soit,
we houden het nog te goed, insh’Allah.
De Harmattan jaagt onophoudelijk slierten zand over de weg. De benen doen
pijn, niet van de kilometers maar door het voortdurend schuren van de
korrels. Dimitri, Fransman uit Milou, heeft het in zijn hoofd gehaald een
karretje te monteren aan zijn fiets. Een schat van een kerel, Daan en mij
doet hij wat aan Markske van de Kampioenen denken. Onder het aanhoudend
gebeuk van de striemende wind heeft hij het moeilijk. We nemen hem op
sleeptouw, hij mag meer dan vierhonderd kilometer in het wiel zitten. De
rest van de groep vormt een waaier. Net zoals ‘de echten’ in het peloton.
Voor de leken: één iemand rijdt op kop, ongeveer in het midden van de weg.
Hij vangt de ergste wind op, nummer twee bevind zich , afhankelijk van de
wind, schuin achter diens, al dan niet brede rug. En nummer drie idem bij
nummer twee. Zo doende vormt er zich een windscherm voor onze kopman nummer
vier, in dit geval Dimi alias Markske. Hij rijdt nagenoeg windvrij. De drie
anderen schuiven voortdurend op en wisselen van positie. Van nummer 1 naar
3, van 3 naar 2 en van 2 terug naar 1. Zo doet iedereen zijn deel van het
beulwerk, pal in de wind, op kop en nadien kan je even verpozen, nu ja wat
je noemt verpozen, in het wiel van nummer 2 of 1. Het treintje loopt
gestroomlijnd.
Uitgestrekte zandvlakten, een altijd vaalgele lucht, de hemel is één grote
hardnekkige stofwolk waar de zon geen gaatje in krijgt geboord, en imposante
zandduinen aanschouwen het geploeter van vier musketiers. Verloren rijdend
in hun eigen droom. Maar wel genieten!
Op de moeilijke momenten trekken we ons op aan kleine dingen. Zo lezen we
dat er in Nouakchott een Resto/Cafè de Bruxelles bestaat, Belgische eigenaar
zowaar. Dit café krijgt onderweg mythische proporties. Eindelijk nog eens
een pint, wie weet zelfs Geuze
of Trappist. Een enkeling droomt van mosselen/frit. De omstandigheden vergen
steeds meer van lichaam én geest. Maar de gedachte aan dat schuimend
gerstenat houdt ons overeind. Uitgeput rijden we de hoofdstad binnen. De
bewoonde wereld doet altijd een beetje onwezenlijk aan na enkele dagen
uitgestrekte en eeuwig lijkende leegte. Vier paar ogen speuren naar Café de
Bruxelles, pupillen krijgen de vorm van modelpinten, met een mooie witte
kraag. Het mag niet zijn, we vinden het staminee niet… Het is ook al
valavond, we zullen morgen bij daglicht een nieuwe poging ondernemen. ’s
Anderendaags horen we dat de keet enkele maanden geleden de deuren heeft
moeten sluiten. Mauritanië is een Islamitische republiek, de uitbater had te
veel last met overheid. De alcoholverkoop (o.a.
de invoer) zou het probleem zijn. Deju, zou hij dan echt trappist hebben
gehad…?
Leo Africanus
(Kijk zeker eens naar de foto’s)
Logboek:
25/12: Dahkla
-
Ancla Tehica: 103 km, garage in vissersdorp
26/12: Ancla Tehica
-
Barbas: 163km, Tankstation
27/12: Barbas
-
Grens Mauritanië: 87km, tent
28/12: Grens
-
Nouadibhou: 65km, dak herberg
29/12: Nouadibhou: Uitziekdag
Daan (zonneslag)
30/12: Nouadibhou
-
Boule Noir: 41km, herberg
31/12: Boule Noir
-
X: 72km, bedoeïentent
01/01/2008: X
-
Chami Saumatre: 92km, tankstation
02/01 : Chami Saumatre
-
El Mhaïjrat 129km, politiepost
03/01 : El Mhaïjrat
-
Nouakchott 116km, herberg
04-18/01: verplichte rust op doktersbevel (zie voet aan de
grond), missiepost/pastorij
Totaal:
5721
km
terug
|