|
I
home
I
reisverhalen
I
congo
I
matonge
I
memisa
I
helpende handen
I
flandrien
I
literatuur
I
links
I
contact |
Column 10 (Belang)
Langzaam, op het ritme van het continent zelf, toont zwart Afrika zijn warme
zelf. Letterlijk en figuurlijk. De met hutten bevolkte dorpjes blijven
waanzinnig mooie slaapplaatsen. Zalig om er enkele dagen te blijven hangen.
Het leven kabbelt er rustig voort, wars van luxe en stress. Vaak hebben de
kleinsten nog nooit een blanke gezien. Angstige oogjes kijken me dan aan,
dikwijls volgt er een fikse huilbui. De ouderen vinden het ontzettend
grappig en moeders komen, hun spruit op de arm, dat vreemde witte wezen
tonen. Als de eerste angst overwonnen is komen de kleintjes over mijn armen
wrijven. Jaja het is echt wit en het gaat er niet af. Het moet ook wat zijn,
plots geconfronteerd te worden met zo’n bleekscheet. Niet vergeten, er zijn
in die afgelegen gehuchten geen kranten of tijdschriften, laat staan tv. De
meerderheid kan niet lezen of schrijven. Dus, ja wanneer worden die
kinderen geconfronteerd met blanken? Ibou, zesentwintig lentes, herinnert
zijn eerste toubab nog goed: ‘Het was een missiezuster, mijn vrienden en ik
begrepen er niets van, we dachten dat ze binnenstebuiten gekeerd was’.
De
loden hitte, die uitdrukking krijgt hier eindelijk betekenis, weegt op me.
Je activiteitsgraad moet willens nillens enkele tellen lager. Tussen twaalf
en vier uur brandt de zon het felst. Vaak liggen we, ik ben Daan terug
tegengekomen in Gambia, dan gewoon te puffen onder de schaduw van een met
weelderig loof voorziene boom. Toch klagen de mensen ’s avonds over de
koude. Ze ontsteken dan een vuurtje, waar ze rond kruipen en niet zelden
slaan ze nog een deken over de schouders. Brrrt, klinkt het dan, bij
temperaturen rond de 25graden!
Het fietsen op zich blijft ook verbazen. De meeste wonderlijke wezens ruisen
door het struikgewas. Hagedissen, megalibellen, een slang, een wild varken…?
Het is oppassen voor een troep overstekende apen. En met een krachtige ruk
aan het stuur vermijd ik nog net dat een Kameleon een trieste dood sterft
onder mijn banden. Een zwerm pelikanen vliegt over en een arend klauwt met
een zelden geziene elegantie een vis uit de Senegalrivier. Gieren slaan hun
wijde vleugels uit en cirkelen door het zwerk, op zoek naar dood vlees.
Nuttige dieren hier, wie zou anders een rottend rund, langs de kant van de
weg opruimen? Soms staat de kurkdroge savanne in vuur. Vlammen likken het
dorre gras. Prachtige vogels in een soort azuurblauwe-fluo vedertooi vliegen
af en aan. Het vuur jaagt alle insecten uit de brousse, een buitenkans die
deze gevederde vrienden niet laten liggen. Je komt hier handenvol ogen
tekort.
De volgende halte is Guinee, benieuwd welke schatten daar weer op ontdekking
liggen te wachten.
terug
|