|
I
home
I
reisverhalen
I
congo
I
matonge
I
memisa
I
helpende handen
I
flandrien
I
literatuur
I
links
I
contact |
Afrika voor beginners
Met
een veerpont over de Senegalrivier laten we eindelijk Mauritanië achter ons.
De statige stroom glijdt rustig richting oceaan, op het ritme van het
continent zelf. Het zand van de woestijn ruimt de baan voor het dorre gras
van de savanne. De overgang verloopt abrupt.
Ook voor mij is het aanpassen, de Mauritaniërs zijn zwijgzaam, eerder
gesloten, hun ogen een beetje samengeknepen, turend in de verte, de leegheid
en de weidsheid van de Sahara. In de steden van zwart Afrika wil plots
iedereen je vriend zijn, mensen dringen zich voorturend op en je wordt
continu belaagd voor van alles en nog wat. De eerste weken zal ik letterlijk
flink wat leergeld betalen.
Een tikkeltje ridicuul misschien, maar aanvankelijk zit ik ook met een zweem
van historisch schuldgevoel. De slavernij, de kolonisatie, de
grondstoffenroof
-
wij de haves, zij de haves not… Wat het blanke ras dit continent heeft
aangedaan (en aandoet) valt moeilijk te overschatten. Een overdreven
politieke correctheid en een zekere naïviteit kenmerken mijn eerste
contacten met de bevolking.
In Saint-Louis, Senegal krijg ik het deksel dan ook ruw op de neus. Toubab,
blanke, donne moi argent klinkt het uit alle hoeken. Als ik een bekend
natuurreservaat wil bezoeken, blijkt een plaatselijke handige Harry me voor
een veel te hoge prijs naar een zwak afkooksel te hebben gebracht. Ik besef
dat ik er ben ingeluisd en besluit de stad zo snel mogelijk te verlaten.
Eerst nog even langsgaan bij Baba. De avond ervoor ontmoet in een bar, een
paar pinten betaald, bij het afscheid vroeg hij af ik geen zin had bij zijn
thuis een hapje te komen eten. Na de ontgoocheling van het natuurpark en het
eeuwige geroep om geld, lijkt dit etentje ideaal om toch nog met een goed
gevoel te kunnen vertrekken.
Na de
voortreffelijke maaltijd, rijst met vis in een kruidige saus met ao wortel,
maniok en kool toont Baba me zijn kamer, ook de aanwezige nonkel komt mee.
Ze beginnen wiet te roken. De nonkel zegt, komaan Jeroen rol jij er ook eens
ééntje. Hij overhandigt me een plankje met daarop het kruidige gras,
blaadjes en wat tabak. Op het moment dat ik dit plankje in mijn handen krijg
geduwd vallen er twee bulldozers van flikken de kamer binnen. Op heterdaad
betrapt beweren ze. Nu kunnen ze in Senegal niet lachen met het gebruik van
softdrugs. Een vriend van me heeft er ooit eens twee weken voor in de bak
gezeten. Ik pruttel natuurlijk tegen maar wordt toch meegenomen naar het
bureau. Uiteindelijk laten de flikken verstaan dat er voor 1000 euro wel wat
te regelen valt. Na de nodige onderhandelingen, krijg ik voor 400 euro mijn
vrijheid terug. Slik, de baas van mijn camping vertelt dat zulke praktijken
wel vaker voorkomen. Die mannen werken samen met de politie. Je kan er niets
tegen beginnen. Of je betaalt of je kan in de gevangenis zitten wachten op
je proces.
Met een moreel onder het nulpunt ontvlucht ik de stad. Langs de weg blijft
het 'Toubab, donne moi argent' regenen. Als mens voel ik me enigszins
geminimaliseerd tot de inhoud van mijn portefeuille. Waar je voor staat als
persoon, welke overtuiging of ideeën je draagt, doen er gewoon niet toe. Je
moet je dus wel enigszins afschermen. Terwijl het plezierige aan reizen
juist is om je heel open en toegankelijk op te stellen. Een beetje beduusd
besluit ik dan ook Daan terug op te zoeken. Hij zal op me wachten aan de
grens met Gambia.
Bij aankomst in Banjul, hoofdstad van Gambia weerklinkt er een stevig geknor
vanuit onze magen. We monsteren de eetstalletjes op straat, als iemand ons
aanspreekt en wijst op enkele van zijn heerlijke spijzen. We zijn net
gearriveerd en hebben nog geen benul van de prijzen.
Het heerschap blijkt achteraf niets met het stalletje van doen te hebben en
wij betalen zowat het driedubbele van de normale prijs. Hij weet ons ook een
logement voor de nacht aan te smeren. Zijn prijzen kunnen de concurrentie
met die uit de gids aan, dus we happen toe. Zo belanden we in een ietwat
bouwvallig pension, maar er is elektriciteit en een douche zo wordt ons
verzekerd. Op het eerste zicht lijkt dit ook te kloppen. Maar na
betaling, als ik in mijn nakie onder de douche sta, komt er geen druppel uit
de kraan, ook aan de lavabo of wc geen water… Bovendien werken de
stopcontacten niet en ik zit met een deadline voor de krant. De matras is
tot op de draad versleten, de veren duwen pijnlijk hard in de rug. Heel het
gebouw ruikt naar kattenpis en is eigenlijk gewoon vettig en vuil. Het
begint ons te dagen dat we ergens in een verlaten gebouw zijn gedropt, dat
ooit, in een ver verleden, wel eens als pension gediend zal hebben...
Het is dus van continu op je hoede te zijn. Opgepast, ik begrijp dat mensen
die proberen te overleven, tot alles in staat zijn. Veel kans dat ik in hun
situatie hetzelfde zou doen. ‘Erst das fressen und dan die moral’ is een
waarheid als een koe.
Uiteindelijk went alles, je doorziet bepaalde trucs en types. Dat hele
toubab gedoe blijkt soms ook gewoon een manier om contact te zoeken. Dat het
soms nogal grof en boertig overkomt heeft ook te maken met hun gebrekkig
Frans. Met een geestige replieke, af en toe een kordaat ‘non’ kom je al een
heel end. En steden zijn nu eenmaal de vergaarbak voor de onderkant van een
samenleving…
Logboek:
18/12:
Nouakchott-Tiguent: 113 km, auberge
19/12: Tiguent-Rosso: 99 km, katholieke missie
20/12: Rosso-Saint-Louis: 106 km, camping
24/01: Saint-Louis-Louga: 78 km, gastfamilie
25/01: Louga-Mbake: 118 km, hotel
26/01: Mbake-Keur Gata: 123 km, dorpje
27/01: Keur Gata-Doumboutsj: 61 km, dorpje + ontmoeting Daan
30/01: Doumboutsj-Banjul: 41
km, verlaten pension
31/01: Banjul-Sukuta: 18
km, camping
03/02: Sukuta-Sibanor: 86
km,
dorpje
04/02: - Kundong Maria: 70
km,
dorpje
05/02: Kundong-X: 88
km,
kamperen in de brousse
06/02: X-Georgestown: 74
km, lodge
08/02: Georgestown-Basse Santa Su: 80
km, hotel
09/02: Bassse-stuwmeer: 75
km, verlaten pand
10/02: stuwmeer-Sjankun Bami: 81
km,
dorpje
11/02: Sjankun Bami-Ganguin, 90
km,
dorpje (huis prefect)
12/02: Guingan-Touba: 66
km, dorpje
13/02: Touba-Madina Woura, 40
km, dorpje
14/02: Medina Woura- Mali ville: 43
km,
auberge
16/02: Mali-Bara: 31
km,
kamperen in de brousse
17/02: Bara-Labé: 85
km,
hotel
19/02: Labé-Kinkon: 53
km,
kamperen aan de waterval
20/02: Kinkon-Bomboli: 26
km,
kamperen aan waterval
21/02: Bomboli-Dalaba: 43
km, hotel
25/02: Dalaba-Linsan: 116
km,
kamperen in de brousse
26/02: Linsan-Kindia: 81
km, hotel
27/02:Kindia-Coyah: 91
km, motel
28/02: Coyah-Conakry: 52
km, mission catholique
Totaal:
7849 km
terug
|