|
I
home
I
reisverhalen
I
congo
I
matonge
I
memisa
I
helpende handen
I
flandrien
I
literatuur
I
links
I
contact |
Koundara-Mali Ville: De hel van het zuiden
De wielerwedstrijd Parijs-Roubaix wordt ook wel eens de ‘Hel van het
noorden’ genoemd. Dobberen over de kasseien (kinderkopjes), stof vreten of
ploeteren door de modder, valpartijen, lekke banden... Inderdaad geen pretje
voor al wie zich op twee wielen verplaatst.
Op
weg van Koundara naar Labé, via Mali ville, maken we kennis met wat we
zonder overdrijven de ‘Hel van het zuiden’ mogen noemen. Wat op onze,
doorgaans betrouwbare, Michelinkaart
staat aangeduid als een vrij degelijke weg blijkt een piste te zijn.
Aanvankelijk geen probleem, je komt ze wel vaker tegen in Afrika, van die
roodbruine, gemalen laterietwegen. Als er niet te veel hobbels en bobbels
(het befaamde wasbordpatroon) inzitten kun je hier wel aardig op vooruit
geraken.
Maar na zowat 80 kilometer begint de weg flink te stijgen. We trekken dan
ook de bergen van de Fouta Djalon in. Heuvelachtig gebied met toppen die
naar de 2000
meter reiken. De Gambia, Niger en Senegal komen hier uit de aardkorst naar
boven geborreld. Het landschap kleurt dus groener maar de weg is uitgewassen
tot een soort uitgedroogde
bergrivierbedding. Een bodeminferno van rotsblokken, ontwortelde bomen,
losgerukte takken en loszittend grind. Je schuift voortdurend weg, komt vast
te zitten in mul zand of steenachtige geulen. Het is continu spoor kiezen en
geconcentreerd blijven. Ons materiaal wordt tot het uiterste gedreven. Als
het omhoog gaat is fietsen onmogelijk. Duwen dan maar, krasselend, zwetend
en puffend trek en sleur ik mijn zwaar beladen tweewieler over de
onmogelijkste stroken. De onderbenen komen vol te staan met krassen en
kleine wondjes.
Genieten van het natuurschoon rondom is er niet bij. Integendeel, als je
even blijft stilstaan, komt er steevast een horde vliegjes aangezwermd. De
eerste dag laat ik ze gewoon betijen. Maar gans mijn armen komen onder de
broebbels te zitten, dagenlang enerverende jeuk. Steken vliegen dan? Soms
glijd je, de fiets duwend, gewoon weg op de losse stenen van de helling. De
fut niet meer om onmiddellijk recht te kruipen blijf ik enigszins
aangeslagen onder mijn rijwiel liggen. Op dat moment komt er een troep
vrouwen met grote manden tomaten op het hoofd de berg afgeschuifeld. Ook
geen makkie, maar wat die porto (blanke) daar ligt te doen is hun raadsel.
Niet-begrijpend staren ze me aan. In deze door godvergeten contreien, zien
ze zelden wit vlees. En dan nog in zo’n penibele positie… Helpen kunnen ze
niet want ook bij hen dondert er al eens een mand tomaten naar beneden. Ik
krassel overeind en vloekend probeer ik terug wat beweging in mijn stalen
ros te krijgen. Lang haar komt van pas, heen en weer zwiepend met de lange
lokken kan je de vliegjes van het aangezicht verjagen en toch blijven duwen
en trekken. Nieuwe rivieren ontspruiten in de Fouta Djalon, maar dan van
zweet…
Ander verkeer komen we niet meer tegen, elektriciteit is er niet. De
dagafstanden dalen tot een schamele 30/40 kilometer. Gelukkig zijn er af en
toe kinderen uit de dorpjes, als ze de eerste schrik overwonnen hebben
helpen ze graag meeduwen. Ik zing liedjes uit mijn Chiroperiode en roep
flie, fla, flooi of de kat krabt de krollen van de trap. Ze bootsen alles
na, grappig! Soms wordt er ‘rally, rally Paris Dakar!’ geroepen. En ja hoor,
wat navraag leert dat deze monsterrally hier wel eens passeert. We zullen
uiteindelijk meer dan 200
kilometer van het parcours hebben afgelegd. Maar dan niet met
vierwielaangedreven gedrochten van machines.
Het beulwerk wordt uiteindelijk nog enigszins beloond. In de Fouta Djalon of
het ‘Chateau d’eau de l’Afrique’ wemelt het watervallen. Op het einde van de
lijdensweg kamperen we, op militairdomein, aan de Chute de Kinkon. Als uit
een sprookje dondert het water 80
meter van hoge klifrotsen naar beneden. Bovendien hebben we een brikken doos
wijn op de kop kunnen tikken. Samen met
'La
vache qui rit'
en stokbrood, maken we er een heuse ‘kaas en wijnavond’ van. De maan is vol
en zorgt voor sfeervolle verlichting.
Ontwaken als de zon met haar stralen de neus kietelt, je baden en wassen
bovenaan de waterval en weten, straks wacht het asfalt… Het leven is zo
slecht nog niet.
terug
|