|
I
home
I
reisverhalen
I
congo
I
matonge
I
memisa
I
helpende handen
I
flandrien
I
literatuur
I
links
I
contact |
Ga niet naar Nigeria
‘Ga niet naar
Nigeria, zeer gevaarlijk, zeker voor Westerlingen!’ Langs alle kanten
klinken de waarschuwingen. Van de Ghanezen, van ngo’s, van andere
wereldfietsers, zelfs van Nigerianen die ik onderweg tegenkom. De mailbox
krijgt bezoek van enkele mensen die een verontrustende panoramareportage
gezien hebben. Maar met elke nieuwe waarschuwing groeit de
nieuwsgierigheid. Op naar Nigeria dus. En wat blijkt? Als je tussen de
tv-beelden en vooroordelen doorfietst... Vriendelijke mensen, tikkeltje
opvliegend van karakter misschien, zeer nieuwsgierig en vrijgevig. Zo
gebeurt het meermaals dat ik een bakje troost zit te slurpen op een
terrasje, als ik wil betalen blijkt de rekening al vereffend. En het blijft
niet bij een kop koffie, hele maaltijden worden me voorgeschoteld. Mijn
tegengepruttel mag niet baten. Als ik een sim-kaart voor mijn mobieltje wil
kopen, hoppakee, het heerschap net voor me betaalt. Onbegrijpelijk volgens
de (weinige) expats die ik tegenkom. Zij denken dat de Nigerianen me
vreselijk arm moeten vinden.
Nu is de ongelijkheid in de maatschappij hier enorm. Je hebt een bijzonder
rijke bovenklasse die handenvol geld verdient met de olie-industrie. De rest
van de bevolking, het leeuwendeel, blijft verpauperd en verweesd achter… Uit
die frustratie komen al eens wat bendes bovendrijven. En ja die hebben het
dan vooral op buitenlanders gemunt. ‘Er wordt tot honderdduizend euro
losgeld betaald.’ vertellen enkele Libanezen, werkend voor een bouwfirma. Ze
worden steevast geflankeerd door gewapende bodyguards. De schrik zit er goed
in. De overheid probeert daar wel wat aan te doen. Te pas en te onpas bots
je op wegversperringen: gendarmerie, leger, politie. Toch lijken die eerder
in te staan voor de veiligheid van hun eigen portemonnee dan die van het
land. ‘Geef die mannen, 300 Naira, en ze laten je met rust’ geeft de
Libanese connectie mee. Nu moet mijn tweewieler toch enige sympathie
opwekken. Er wordt me nooit om geld gevraagd. Wel om handtekeningen, stoere
manskerels in uniform willen met me op de foto. Of ik geen vier cijfers weet
voor hun lottoformulier?
Soms wordt het al te gortig. Gezwind peddel ik door het heuvelachtige
landschap als ietsje verder een groepje mensen met takken groen begint te
zwaaien, ze vallen op hun knieën en roepen ‘master, we love you, master!’ .
Het koloniale doembeeld duikt in me op bij het aanschouwen van zulke
taferelen. Wat moet ik hiermee? ‘I am not your master, I am your brother’
brul ik bij het passeren.
Nigeria is alles behalve toeristisch en dat heeft zo zijn voordelen. Zo
wordt er veel minder gebedeld . ‘Thanks for visiting us’, klinkt het
welgemeend. Soms krijgt hun nieuwsgierigheid de bovenhand en als ik even wil
uitblazen op een kruispunt wordt ik algauw omringd door een dertigtal
kijklustigen. En de hoop blijft aangroeien. Trekken en duwen om toch maar
een glimp op te vangen. Een spervuur van vragen wordt afgevuurd De GSM’s
worden bovengehaald om massaal foto’s te kieken. Ik poseer gewillig.
En zo wordt de zich als moeilijk aangediende klip
-
Nigeria -
makkelijk gerond. Enkel de doorsteek naar Kameroen loopt ietsje anders dan
gepland. Maar dat is een ander verhaal…
terug
|