|
I
home
I
reisverhalen
I
congo
I
matonge
I
memisa
I
helpende handen
I
flandrien
I
literatuur
I
links
I
contact |
Ahoi Kameroen
Misschien vraagt u
zich wel af of ik dan nooit eens vals speel. Als de kramp bijvoorbeeld
ongenadig in de benen slaat. Of als dikke wolken urenlang vette
regendruppels braken. Of als de goesting niet samen met mij ontwaakt is. Of
omdat een vriendelijke vrachtwagen een lift aanbiedt. Wel neen dus, elke
centimeter is gereden, nog geen bocht afgesneden, geen druppel zweet
gestolen. Toch ben ik niet geslaagd in mijn opzet het hele traject af te
fietsen. Het regenseizoen toont zijn natte zelf. Grensovergangen sluiten,
aardewegen gaan ten onder aan zoveel vochtigheid. De meest krachtige 4X4
heeft 15 uur nodig om de 82 kilometer modderpoel
tussen Nigeria en Kameroen door te ploeteren. ‘Voortdurend wielen
uitgraven, daar kom je met de fiets niet door, in geen honderd jaar.’ weten
de locals.
Op zoek naar een alternatief biedt de zee een uitweg. Tweemaal per week
vaart er een ferry uit. Ahoi Kameroen, hier komen we! Mijn enthousiasme
bekoelt enigszins als ik de gammele schuit aanschouw. Volgens mij moet er
minder roest op de Titanic staan. De scheepsjongens, AC-Milaanshirts als
uniform, persen de boot vol met zakken maniok, rollen runderhuiden,
onderstellen van auto’s, dashborden en massa’s dozen in alle formaten. Een
vierhonderdtal mensen staan te drummen tot ook zij kunnen aanmonsteren.
Omstreeks middernacht komt de groep plots in beweging. Er ontwikkelt zich
een stormloop richting Ferry. Iedereen wil het zich tijdens de overtocht
(11uur) zo comfortabel maken en de goede plekjes zijn zeldzaam. Als
allerlaatste verlaat ik de vastelandzekerheid. Overal liggen mensen, in de
meest onmogelijke houdingen, op de lading, zelfs de smalle toiletgang ligt
vol. Allemaal op zoek naar een uiltje om te knappen. Een beetje beteuterd
speur ik naar een plaatsje voor mijn 1m91. Ik heb me laten verrassen, da’s
duidelijk. Maar dan hijsen een paar helpende handen me bovenop een container
die de achtersteven van het dek vult. Niet al te comfortabel natuurlijk,
maar het heeft nog iets romantisch, zo in open lucht. Een zwakke zeebries
aait zachtjes het gelaat. Verre sterren kijken bezorgd hoe het zeewater
dwars door de verroeste wanden van de reling het dek opspat. Boven het
donkere water dansen likkende vlammen als dwaallichtjes in de nacht.
Platforms, borend naar zwart goud. Het ochtendgloren trekt aan de oogleden.
Aan bakboord doemen de contouren van mastodont Mount Cameroon (4095m) op uit
de mist. Terug aan wal scheiden 2050 km me nog van Kinshasa…
Driehonderd kilometer verder, in de hoofdstad Yaoundé, staan we
noodgedwongen ‘geparkeerd’. Voor’t eerst steekt Kafka zijn neus aan’t
venster. Hij woont blijkbaar op de ambassade van Gabon. Normalitair krijg
je daar een visum binnen de 24u. Niet dus. De ambassadeur heeft mijn visum
dezelfde dag nog goedgekeurd. Maar het hoopje oestrogeen dat nog een
nummertje moet toevoegen is er met de paspoorten vandoor. Elk dag staan we
met tientallen aan te schuiven. ‘Ze kom, ze komt’ luidt het altijd. Maar ze
komt niet. ‘Jamaar, ze studeert nog en zit in de examens’. Wat hebben wij
daar in Godsnaam mee te maken? Mensen betalen zich blauw aan hotelkosten,
vliegtuigen worden gemist, afspraken vervliegen.. Van menvrouw Godot, na een
week, nog geen spoor. Klap op de vuurpijl, de president van Gabon, meneer
Bongo, is in het land voor een Afrikaanse top. De chaos wordt nog groter.
Heel het personeel hult zich in t-shirts, de vrouwen in fleurige
mantelpakjes bedrukt met de president zijn smoeltje. Ze worden in bussen van
hot naar her gereden. De bedoeling is dat telkens zijne excellentie voet
buiten het hotel, congres of restaurant zet er een enthousiaste lading
Gabonezen staat te zwaaien met vlaggetjes. Zou die man niet door hebben dat
het telkens dezelfde gezichten zijn die hem toejuichen?
Bij
het schrijven (26 juni)
heb ik nog steeds geen visum. Gisteren mocht ik de ambassade niet binnen
omdat ik een korte broek aan had, mijn lange zat in de was…
terug
|