|
I
home
I
reisverhalen
I
congo
I
matonge
I
memisa
I
helpende handen
I
flandrien
I
literatuur
I
links
I
contact |
Column 4 (Belang)
De
gelederen zijn ondertussen versterkt met Brusselaar Daan Desmet. Hij wil de
Westkust van Afrika verkennen met de fiets. Ik ga ook die kant op, dat komt
dus goed uit. We zien wel hoe lang we samen optrekken. Alvorens de oversteek
te maken passeren we langs Gibraltar. Een vreemd stukje Engeland in het
Zuiden van Spanje. Plots zie je rode dubbeldekkers in de straten, de
typische rode telefooncellen en natuurlijk de onvermijdelijke bobby’s. De
stevige klim tot boven op de rots, al duizenden jaren een militair
strategische plek om de toegang tot de Middellandse
Zee
te vrijwaren, pakken we er met de glimlach bij. Al is het wel even schrikken
als er plots letterlijk een aap in mijn nek springt. Een kolonie Makaken
bevolkt de top en ja zo’n beest wil al eens de aap uithangen natuurlijk.
De Ferry naar Tanger
(Marokko) is zo goed als leeg. In de zomer is dat wel even anders, miljoenen
migranten trekken dan op vakantie en familiebezoek naar de Maghreb. Eens
voet op Afrikaanse bodem worden we al gauw aangesproken in het Nederlands.
We kunnen logeren bij Saïd. Hij heeft enige tijd in Nederland gewoond en
vindt
het wel leuk om de taal wat op te frissen. Hij huist samen met vrouw en drie
kinderen in een leuk appartementje. We worden in de watten gelegd en spelen
verstoppertje met de koters. Keurige familieman denk je dan.
Als ik vraag naar zijn beroep blijkt hij zowaar een hasjsmokkelaar te zijn.
Met bootjes en kleine vliegtuigjes smokkelt hij het spul naar Spanje. Tja,
dat is wel even schrikken. Maar in Marokko zijn er honderdduizenden mensen
afhankelijk van de productie en smokkel van dit goedje. Bovendien is Saïd
een toffe peer en niets maar dan ook niets aan hem of in zijn huis laat
vermoeden waar hij mee bezig is. Ik vraag me zelfs af of zijn vrouw het
weet. Leuk detail, hij rijdt rond met een Belgische nummerplaat…?
In Spanje was het constant klimmen en dalen in de sierra’s. Ik heb daar één
vlakke etappe gereden. Dus de enige bulten die ik in Marokko wil tegenkomen
zijn die van kamelen. De tocht gaat langs de kustlijn, romantisch. Lekker
zonnetje, de Atlantische
Oceaan
aan de rechterzijde en dan maar vlammen. Maar dat is buiten de waard
-
lees wind
-
gerekend. Pal op kop staat hij. De eerste dag is dat nog leuk. Je waant je
een Flandrien, beukend tegen de wind, op weg naar de zege in de Ronde van
Vlaanderen. De tweede dag is het al een heel stuk minder en derde vervloek
je die smerige wind. De Marokkanen zijn er anders wel tevreden mee, de wind
brengt regen wordt er langs alle kanten beweerd. En gelijk krijgen ze, na
drie dagen rammen tegen een heuse windmuur komt er ook nog een wolkbreuk bij
die nu al twee dagen aanhoudt. Maar we fietsen door, er is gewoon geen keus.
Bovendien gunnen we de Marokkaanse boeren hun regen van harte. Na twee
maanden droogte is die meer dan welkom. Maar het blijft vreemd, in vijf
weken Europa, geen druppel. En op weg naar de Sahara de volle laag. Er zijn
geen zekerheden meer.
terug
|